logo

Stationsstraat 73
5751 HC Deurne
T: 0493 320709
E: info@heemkundekringdeurne.nl
www.heemkundekringdeurne.nl

Bezoek ook:

deurnewiki.nl    docudeurne

Vreemdkunde

Erik Vink hield na afloop van de ALV op 23 februari 2015 een lezing naar aanleiding van zijn roman Het Dorp, waarvan inmiddels de tweede druk is verschenen. Een boeiende lezing, die hij illustreerde met foto’s. Een lezing, waarin hij verhaalt over hoe zijn ervaringen als journalist in oorlogsgebieden een vervreemdend effect hadden op zijn beleving van de westerse wereld bij terugkomst in Deurne. En hoe hij uiteindelijk die ervaringen een plaats heeft kunnen geven door het bedrijven van ‘vreemdkunde’ tijdens zijn ontdekkingstocht naar de zin van het leven.
Gonnie Feddema zorgde met haar native flutes en Afrikaans tokkelinstrument en Erik zelf op de djembé voor een passende muzikale omlijsting met mystieke klanken. Onderstaand hebben we zijn lezing integraal opgenomen.


Erik: "Ik wil u graag nog iets vertellen over 'Het Dorp'. Deurne. Gezien door de ogen van de hoofdpersoon. In een roman. Die zich afspeelt in… Libanon. Is dat echt zo gegaan? Ja, en nee. Ik ben u een verklaring schuldig.
We gaan eerst even terug naar de vorige eeuw. Dat moet lukken, in dit gezelschap.
Ik begon met reizen toen je voor een goeie rugzak nog naar Amsterdam ging. Ergens anders hadden ze zo’n ding niet. De tijd van de Damslapers, begin jaren zeventig. Ik studeerde aan de School voor de Journalistiek. In Utrecht. Daarna kon ik meteen bij het Eindhovens Dagblad beginnen. Maar ik moest - als langharig werkschuw tuig, met haar tot over mijn schouders en een baard van hier tot ginder - eerst in dienst. Tot mijn grote geluk werd ik na twee maanden buitengewoon dienstplichtig verklaard. Andere woorden voor: 'totaal overbodig'.
Zo voelde ik me na een jaar of vijf ook op de regioredactie in Eindhoven. Een onbeschreven blad, was ik. Ik had er waarschijnlijk met gemak mijn pensioen kunnen halen. Wat bezielt een mens toch, om het steeds moeilijker te willen maken? Ik wou gewoon de wijde wereld in, koste wat kost, en nam mijn ontslag. Dat heb ik in totaal zes keer gedaan. De enige manier om ergens langer te kunnen blijven. Het tegenovergestelde van heemkunde, eigenlijk. Vreemdkunde. 'Gai bčnt nie van Deurze?' Toevallig wel. Met de nadruk op toevallig. En dat geldt voor iedereen… Zo simpel is het.
Anderhalf jaar in het Midden-Oosten. En anderhalf jaar in Afrika. Later nog een hele tijd in andere werelddelen. Maar dankzij die eerste twee reizen, naar het Midden-Oosten en Afrika, kon ik aan de slag als redacteur-verslaggever buitenland, bij de Brabant Pers. Het was de bedoeling dat je een koffertje had ingepakt, en je vaccinaties op peil hield, want je kon elk moment worden uitgezonden.
Jawel. Wij waanden ons op de hei in Best midden in het wereldgebeuren. De hoogtijdagen van de telex.
En zo kon het inderdaad gebeuren dat ik opeens in een vliegtuig zat, op weg naar de burgeroorlog, en de hongersnood, in Oeganda. Ik was immers, tussen aanhalingstekens, ’Afrika-expert’.
Ik had meer geluk dan wijsheid. Het konvooi waarin ik meereed werd beschoten. Dekking zoeken, had ik in dienst geleerd. Tussen zakken meel, achter in de vrachtwagen. Daarna kon ik niemand vertellen dat ik was ontsnapt. Ik hoorde mijn eigen vermissing op Radio Nederland Wereldomroep. Om naar Nederland te bellen had je een telefoonlijn, en een telefooncentrale nodig. Kennelijk dachten ze hier dat alles en iedereen in Oeganda nog
werkte. Ze hadden mijn moeder gebeld, en gevraagd welke kleur ogen ik had. Niet: welke keur ogen ik heb. Dat was haar altijd bijgebleven.
Ik was intussen bezig met mijn reportage. Dieren zijn elkaars prooi, in Afrika. Nu waren ook mensen elkaars prooi. En anders gingen ze wel dood van de honger. Ik zag het gebeuren. Het vluchtelingenkamp deed me denken aan de beelden van een concentratiekamp.
Ik wist het nog niet, maar ik kreeg de hel in mijn hoofd, en in mijn hart. Hoe kon dit bestaan, op iets meer dan een halve dag vliegen van huis?
Weer terug in Kampala bleek de compound van het ziekenhuis de laatste strohalm van de Verenigde Naties. Elke nacht werd er geschoten, en de blauwhelmen schoten terug. Zo vlogen de kogels heen en weer, dwars door het huisje waarin ik bivakkeerde. Bij de chirurg, een dappere engel met de naam Helmie, die de meest vreselijke kogelwonden repareerde alsof ze dat elke dag deed - wat ook zo was. Ze is momenteel anesthesist in het Erasmisch Medisch Centrum, in Rotterdam. Zij is de Helma uit het boek, degene bij wie ik de hele nacht heb uitgeweid over Deurne, terwijl wij alletwee op de grond lagen, en verdwaalde salvo’s de ruiten doorboorden. Het tuinpad van mijn vader scheen verder weg dan ooit.
En Libanon dan?
Ik had u verteld over de hel, in mijn hoofd, en mijn hart. Ik mocht drie keer twee pagina’s wijden aan Oeganda, in de krant. Over de volle breedte, dat wel. Daarna ging het leven door. Het leven ging gewoon door, alsof er niets aan de hand was. Met mijn boodschappenwagentje reed ik de Albert Heyn uit, en elke keer had ik tranen in mijn ogen. Ik had het wel uit kunnen schreeuwen. Ik zag de oplossing in nog meer reizen. Naar nog meer ellende. Om erover te kunnen schrijven. Net zo lang tot ze hier wakker zouden worden. Inmiddels weet ik beter. Het Parool had liever mijn reisverhalen. Met de trein van Deurne naar Hong Kong, dat werk.
Libanon ken ik even goed als Israël, liever zo gauw mogelijk ook: Palestina. Zouden onderdrukten onderdrukkers kunnen worden? Door ons, in het westen? Ik zag het in de Gazastrook, op de Westbank, tot aan Beiroet. Daar konden christenen twee etmalen ongestraft moslims vermoorden terwijl joden wegkeken, nee, terwijl het Israëlische leger toekeek.
De uitgemoorde vluchtelingenkampen waren dorpen die mij andermaal deden snakken naar het vredige Deurne. De vrede van hier, tegenover het wrede van daar. Zo kwamen Sabra, en Shatila, in 'Het Dorp’ terecht. De dorpen waarvan vrijwel niemand meer leeft. Ik zocht op reis altijd mijn toevlucht in cassettebandjes met muziek. Had ik de klokken van de Willibrorduskerk maar opgenomen, en meegenomen. Uit de tijd toen je voor alles een heilige had.
Een reis naar de Gouden Driehoek maakte alle reizen rond. Drie, vier, vijf, zes keer ben ik vanuit een klooster een bergtop op gestuurd, om te begrijpen wat de zin van alles is, ja, waar alles om draait. Ik begreep het niet. Ik begreep het werkelijk niet. En ik wou het zo graag begrijpen. Dat was eigenlijk mijn drijfveer geweest.
Langzaam, tergend langzaam, kreeg ik het door. De ziel van alles is één. Je bent nooit alleen, maar altijd al een, twee woorden, verbonden met alles om je heen. Dat kun je niet uit boeken leren. Dat kun je alleen, dus al een, voelen. Het is de glimlach waarmee je de ander tegemoet treedt. Niet het wapen. Wij zijn bevrijd, jazeker, en dat gebeurde uit liefde, niet uit haat. Geen goed zonder kwaad, maar het goede is sterker. Oneindig veel sterker. Voor iedere mens die daarin gelooft. We zijn in wezen allemaal uit hetzelfde sterrenstof geboren, en we zullen allemaal naar datzelfde sterrenstof terugkeren. De klank van een fluit is sterker, oneindig veel sterker, dan de kogel uit een geweer. Vergeet alle grenzen. Wij mensen zijn één.
Gonnie, de vrouw van mijn hart, vond dat ik het maar eens op moest schrijven. Zo ben ik, na al die toneelstukken, met een roman begonnen. Je laat je niet leiden door de feiten, maar door je gevoel. In feite zijn alle romans een stukje geromantiseerde werkelijkheid. Zelfs historici plakken graag met enig theater de nuchtere feiten aan elkaar. Alleen heemkundigen bedrijven loepzuivere geschiedschrijving. Maar ik ben de waarheid trouw gebleven. Mijn leven in dit Deurne van ons, zoals ik dat heb ervaren. Het is mijn eigen, kleine waarheid - groot genoeg om erin te geloven.”


Terug naar Impressie ALV