logo

Lezing woensdag 15 januari 2020 

Wanneer - woensdag 15 januari 2020 om 20.00 uur
Waar - Cultuurcentrum Martien van Doorne, kleine zaal Martinetplein 1 in Deurne.
Titel - de adel in Noord Brabant in de periode 1814-1918
Spreker -mevrouw Klaasje Douma  

De lezing is mede gebaseerd op het proefschrift over de adel in Noord-Brabant in de periode 1814-1918. Dat proefschrift behandelt een groep mensen die zowel in de geschiedschrijving over Brabant als die over de adel onder de radar gebleven is. In de lezing wordt deze ‘vergeten’ groep onder de aandacht gebracht.
De inleiding gaat over de koninkrijksadel, ofwel de adel in Nederland zoals die vanaf 1814 (en in België in de periode 1815-1830) bestond. Er wordt ingegaan op de volgende vragen: Waarom? Hoe? Wat? Einde? Daarna komt de situatie in Noord-Brabant aan de orde en de wijze waarop in deze provincie de adel vorm kreeg. Dat laatste wordt toegelicht aan de hand van enkele voorbeelden, onder wie Theodorus baron de Smeth, jonkheer Johannes de Jong van Beek en Donk en jonkheer Johannes Jacobus Jacobus Smits van Eckart uit Eindhoven.
Over deze adel valt veel te vertellen, maar twee zaken worden uitgelicht. Ten eerste zien we welke rol huwelijksnetwerken en de omgang in verenigingen en sociëteiten speelden in de onderlinge verbondenheid. De families Wesselman van Helmond en De Jong van Beek en Donk speelden een belangrijke rol in de protestantse netwerken. Van de katholieke netwerken maakten onder meer de families Smits van Eckart en Van Hövell van Westervlier en Weezeveld deel uit.
Ten tweede komt het leven van de Brabantse landedelman voor het voetlicht. Hij was bijvoorbeeld eigenaar van een heerlijkheid, zoals de familie De Smeth, die de heerlijkheid Deurne en Liesselt bezat. Als grondeigenaar richtte hij zich soms op de bevordering van de landbouw. Voorbeelden van dergelijke grondeigenaren zijn vader en zoon Wesselman en de jonkheren Johannes de Jong van Beek en Donk en Joan van der Brugghen van kasteel Croy. De jacht vormde een belangrijk aspect van de landadellijke levensstijl. Adellijke families kwamen op voor hun rechten op dit gebied, zoals blijkt uit de controverse rondom de familie Van Hövell en de jachtrechten in de heerlijkheid Asten.
 
Klaasje Douma is werkzaam geweest in de administratieve en automatiseringssector. Daarnaast heeft ze in haar vrije tijd Cultuurwetenschappen gestudeerd aan de Open Universiteit. Deze studie heeft ze afgesloten met een scriptie over de bewoners van het kasteel Heeze. Daarna startte ze met een promotieonderzoek aan de Tilburg University en promoveerde in december 2015 op een proefschrift over de adel in Noord-Brabant in de periode 1814-1918. Ze maakt al een aantal jaren deel uit van het bestuur van de heemkundekring in Heeze en sinds kort ook van het bestuur van de Historische Vereniging Brabant. Namens die vereniging maakt ze ook deel uit van de redactie van het Noordbrabants Historisch Jaarboek.