logo

Een korte geschiedenis van Deurne


Deurne, Liessel, Vlierden, Neerkant en Helenaveen: vijf dorpen, één gemeente

Sinds 1926 vormen Deurne, Liessel, Vlierden, Neerkant en Helenaveen samen de gemeente Deurne. Tot 1926 was Vlierden een zelfstandige gemeente en waren Deurne, Liessel, Neerkant en Helenaveen samen de gemeente: Deurne en Liessel. Die gemeente was genoemd naar de belangrijkste kernen.

In 1968 moest de gemeente afstand doen van een deel van Brouwhuis, toen Helmond enkele dorpen in de omgeving annexeerde. In 1997 kreeg Deurne echter Leensel, Zand en Bus van Asten, waardoor de gemeente weer groter werd. Het oppervlak is nu 11.902 hectare.

In de rubriek Historische verkenningen publiceert de Heemkundekring H.N. Ouwerling in het Weekblad voor Deurne regelmatig bijdragen. De eerste verscheen op 27 oktober 2005 toen Pieter Koolen startte met serie van 12 afleveringen over Pottenbakkers en steen- en pottenbakkerijen in Deurne onder de titel Sporen uit Deurnes verleden. Hierna werd deze rubriek voortgezet met een serie over Straten en straatnamen welke verscheen tot en met 28 april 2011.

Beknopte dorpsgeschiedenis over Deurne

De plaatsnaam Deurne in de oudste vermelding Durninum (721) is een dativus in de betekenis van met doornstruiken begroeide plek. Deze omschrijving duidt waarschijnlijk op een karakteristieke vegetatie in de late prehistorie of vroege middeleeuwen. Ook in die periode moeten er al boerderijen hebben gelegen in de nabijheid van de latere kern Deurne, mogelijk onder de huidige Koolhof, en in elk geval op de Bottel.

Pas omstreeks 1200 zien we een geleidelijke fixatie van de nederzettingen op één plek. Boerderijen kregen een vaste plek en werden niet meer elke generatie afgebroken en elders herbouwd. Een deel van die nederzettingen was toen in handen van de Abdij van Echternach, die ook de Sint-Willibrorduskerk bezat. Rond die kerk groeide in de Late Middeleeuwen het dorp Deurne. Het dorp Liessel ontstond in diezelfde periode rond een Sint-Hubertuskapel, Vlierden rond een kapel aan de Kapelweg.

In de late middeleeuwen kwam een nederzettingspatroon met een groot aantal buurtschappen tot stand. Zij lagen aan de verschillende kleinere dekzandruggen langs de beekdalen van de Aa, langs kleine dekzandkoppen in het veld en rondom het grote dekzandeiland van de Deurnese akker. Bestuurlijk maakte Deurne deel uit van het Kwartier van Peelland onder de hertogelijke Meierij van 's-Hertogenbosch.

Vanaf de middeleeuwen bestond Deurne uit een groot aantal gehuchten. Aan de straat die we nu kennen als de Helmondseweg lag hof en boerderij 'Ten Velde’. Daar tegenover stond tot begin jaren tachtig van de twintigste eeuw de boerderij ‘de Pelikaan’, waar het Pelikaanpark naar is genoemd. De grote lindes die voor de Pelikaan stonden, staan er nog.

Niet ver daar vandaan ligt de Sint-Willibrorduskerk, waarvan de bouw is gestart in de dertiende eeuw.  Rondom de kerk lagen verschillende herbergen, zoals De Zwaan, De Roode Leeuw en De Keizer. Ook stonden er burgerwoningen en boerderijen. 

In 1805 bouwde de gemeente aan de Markt het eerste raadhuis, naast de kerk. In 1895 werd het huidige gebouwd, iets verderop. Daarvoor werden enkele huizen gesloopt en het marktplein vergroot. In 1985 werd het gemeentehuis uitgebreid langs de Martinetstraat en de Raadhuisstraat.

Aan de Markt in Deurne worden al generaties lang de hongerigen gevoed en de dorstigen gelaafd. 

marktplein Deurne 1916

In een oud sigarenfabriekje opende het (voormalige) café De Peelpoort kort na 1920 zijn deuren. Tegenover de kerk staat de voormalige herberg De Zwaan, die al vóór 1605 moet hebben bestaan. Het huidige pand stamt uit het einde van de negentiende eeuw en heet nu Beekman en Beekman.  

Enkele deuren verder, aan de Helmondseweg, staat de in 1942 gebouwde bioscoop Biovink, waar tot in de tachtiger jaren films werden vertoond. Aan de Stationsstraat staan de kleine herberg van de familie Lutters uit 1907 (nu Heemhuis) en café Van Baars in een pand uit 1895, nu restaurant Herberghe In de Heerlyckheid.

De meeste Deurnenaren waren rooms-katholiek. Vanaf 1648 mochten de katholieken hun geloof niet langer uitoefenen van de protestanten, die de Tachtigjarige Oorlog van de katholieke Spanjaarden hadden gewonnen. De Sint-Willibrorduskerk werd staatseigendom en de protestanten namen hun intrek in de kerk. In eerste instantie moesten de katholieken te voet naar Venray’s grondgebied om te kerken. Ze bouwden er een schuurkerk aan de Langstraat. Daar staat nu, net over de provinciegrens, een monument. 

Na enkele decennia mochten de katholieken een schuur gebruiken aan de Lage Kerk (vandaar de naam!). Pas in 1801 kregen de katholieken de Sint-Willibrorduskerk terug. Aan de Martinetstraat en Kerkstraat in Deurne staan nog twee voormalige pastorieën van de katholieken. In 1815 bouwden de protestanten tenslotte hun eigen kerk aan de Helmondseweg.

Deurne ligt grotendeels in het dekzandlandschap van de Centrale Slenk. Alleen het oostelijke deel ligt op de Peelhorst. Daar konden door ondoorlatende lagen in de bodem uitgestrekte venen ontstaat, de huidige Peel. Bewoning was in het Deurnese dekzandgebied al in de prehistorie te vinden. Meer plaatsvaste bewoning zien we vanaf het Neolithicum, toen de landbouw in de Lage Landen haar intrede deed. Door uitputting van de bodem moesten de nederzettingen telkens worden verplaatst.

Neerkant en Helenaveen ontstonden als dorpen pas in de 19e eeuw. De sociale woningbouw in Deurne kwam na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling. Het eerste project werd uitgevoerd aan de Lindenlaan; hier verrezen de eerste moderne rijtjeswoningen. Daarna werden de projecten aan de Hellemanstraat, in de Pastoorsbuurt en het plan d' Ekker uitgevoerd, alle aan de rand van de oude dorpskern.

Deurne geniet landelijke bekendheid door Museum De Wieger, ooit het woonhuis van de schilderende arts Hendrik Wiegersma. Het lied Het Dorp (voor het eerst gezongen door Wim Sonneveld) gaat over Deurne en het woonhuis met tuin van Wiegersma. De schrijver van het lied was Friso Wiegersma, zoon van Hendrik Wiegersma en levenspartner van Sonneveld, die met het lied het pad bij zijn ouderlijk huis De Wieger beschreef en de veranderingen in Deurne. In 2008 kreeg dit pad ook officieel de benaming Tuinpad van mijn vader.

Cultureel Deurne

In Deurne hebben vele personen gewoond die regionale of landelijke bekendheid hebben gekregen. Een opmerkelijk deel daarvan kwam in een artistiek beroep terecht, zoals de  beeldende kunst, de muziek of de dichtkunst.

Deurne heeft een bijzonder verleden op het gebied van kunst, muziek en literatuur. Onder de beroemde kunstenaars bevinden zich drie Wiegersma’s: Hendrik (1891-1969; medicus-pictor) en zijn zonen Pieter (1920-2009; glazenier, schrijver, schilder, tapijtontwerper) en Friso (1925-2006; tekstschrijver, schilder en decorbouwer). 

Hendrik Wiegersma woonde van 1917 tot 1922 op Stationsstraat 70. Dit huis staat er nog. In 1922 verhuisde hij naar zijn nieuwe herenhuis De Wieger aan de Oude Liesselseweg. Na zijn dood werd dit verbouwd tot museum en geopend in 1976.

Hendrik Wiegersma ontving in zijn huis De Wieger tussen beide wereldoorlogen vele beroemdheden, die hij tot zijn vrienden rekende. Onder hen bevond zich Ossip Zadkine, beeldhouwer. De stimulator van Wiegersma, Otto van Rees, woonde in de twintiger jaren enige tijd op het Klein Kasteel in Deurne.

Ook de musici Jules de Corte (1924-1996) en Aaltje Noordewier-Reddingius (1868-1949) hadden hun wortels in Deurne. De Nederpopgroep Doe Maar had met Ernst Jansz zijn thuisbasis in Neerkant.

Van de schrijvers is Antoon Coolen (1897-1961) wel de bekendste. Zijn roman Dorp aan de rivier werd een bestseller en werd verfilmd. Maar ook bekend is zijn roman De goede moordenaar. Toon Kortooms (1916-1999) schreef de vermaarde boeken Beekman en Beekman en Help de dokter Verzuipt. Het laatstgenoemde boek werd verfilmd. Een andere voor Deurne belangrijke schrijver was Hendrik Nicolaas Ouwerling (1861-1932). Frans Babylon (1924-1968) was een bekend dichter.

Een meer uitputtende beschrijving van op cultureel gebied actieve Deurnenaren in het heden en verleden is te vinden in de boeken van de Deurnese neerlandicus en publicist Bert Beulens: Deurnese Diamanten en Een nieuw Palet. 

Een industrieel die veel voor het culturele leven van Deurne heeft betekend was dr. Hub van Doorne (1900-1979).  

Trivialiteiten in landelijke media

In 1981 haalde Deurne de landelijke media toen in de wijk Koolhof plotseling groen water uit de kraan kwam. Na analyse bleek het te gaan om een mengsel van tartrazine en briljantzwart. Deze stoffen worden normaal gesproken gebruikt in de levensmiddelenindustrie. Vermoedelijk kwam er tussen de honderd en duizend kilo kleurstof in de waterleiding terecht. Er waren geen gewonden. Omdat 40 uur lang het kraanwater niet gedronken mocht worden, werden er vijf watertanks in de wijk geplaatst.

In 1997 haalde Deurne de nationale en internationale media toen een beeld van Elvis Presley bij de plaatselijke imitator Toon Nieuwenhuisen tranen liet vallen. Zijn slaapkamer werd een waar bedevaartsoord.  Vijf jaar later in 2002 gebeurde hetzelfde nogmaals. Dat jaar huilde Elvis vijf keer en haalde zo het Guiness book of records.


Het wapen van de gemeente Deurne  

Het huidige gemeentewapen van Deurne werd vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 16 mei 1928 nr. 27. Het wapen bestaat uit een wapenschild (wapen van het geslacht Van Doerne, de voormalige heren van Deurne) en een schildhouder (H. Willibrordus).

De officiële beschrijving van dit wapen is: "In sabel drie drielingbalken van goud en een gouden schildhoofd met drie St. Andrieskruisjes van keel naast elkander. Achter het schild en met den linkerarm daarop steunende, de figuur van den Heiligen Willibrordus met aangezicht en handen van natuurlijke kleur gekleed in bisschoppelijke toga van sabel, waaroverheen een misgewaad (planeta) van keel, afgezet met goud, gedekt met eenen bisschopsmijter van keel, afgezet met goud, houdende in de rechterhand het model van een kerkgebouw met toren van natuurlijke kleur en in de linkerhand een gouden kruisstaf.” (De wapenkleuren sabel en keel zijn zwart en rood) Afbeelding 

Het logo van de gemeente Deurne

Het logo van de gemeente Deurne bestaat sinds 1994. Dit logo bestaat uit de contouren van de gemeente Deurne met daarin aangegeven de kernen Deurne, Vlierden, Liessel, Neerkant en Helenaveen. Hierin zijn enkele belangrijke wegen in Deurne en de spoorlijn opgenomen. Hierdoor ontstaat een bewegend figuur op de groene achtergrond van de gemeentegrenzen van Deurne. Afbeelding


De wind- en watermolens in de gemeente Deurne

In de gemeente Deurne staan in totaal vier windmolens. In de kern Deurne staat Holten’s Molen (1890), in de wijk Zeilberg de Maria-Antoinette (1893), in het dorp Vlierden de Johanna Elisabeth (1844) en in het dorp Liessel De Volksvriend (1903). Verdwenen molens stonden onder meer aan de Kouwenhoekseweg, Heimolenweg, Oude Liesselseweg en de Molenstraat in Deurne en de Oude Molen in Liessel. 

Behalve de vier windmolens heeft Deurne ook nog een watermolen. Deze staat naast het Klein Kasteel; in de 14e eeuw gebouwd als residentie door de familie Van Doerne. Alhoewel er al in 1387 gesproken wordt over een watermolen op die plek, is de huidige volgens de jaarankers in 1631 gebouwd. Dit gebouw wordt particulier bewoond en is alleen vanaf de weg te bezichtigen. Aan de Vlier op het landgoed Ter Vloet aan de Kerkeindseweg lag in de 14e eeuw de oliewatermolen van de familie Van Doerne. Deze werd vermoedelijk aan het begin van de 17e eeuw door brand verwoest. Een derde watermolen stond in het gehucht Molenhof, maar was mogelijk daar in de veertiende eeuw al verdwenen. Tot de ruilverkaveling is de molenkolk nog aanwezig geweest.

De windmolens 

Deurne - Eén van de oudste windmolens in Deurne stond in de Kouwenhoek; vermoedelijk ter hoogte van de huidige huisnummers 9 en 11. Het gebied was in de zeventiende eeuw nog bekend als de Oude Molen in plaats van de Kouwenhoek. Deze molen, mogelijk een standerdmolen, stond er al in 1376 en werd rond 1550 afgebroken op last van de eigenaar van de Bakelse molen.  Herbouw van de molen zou in Vlierden plaatsgevonden hebben.

Op het Heieind stond al in de 16e eeuw een windmolen. Wellicht bouwde de heer van Deurne hier een molen ter vervanging van de afgebroken molen van de Kouwenhoek. We vinden op het Heieind tegenwoordig nog de Heimolenweg. Halverwege de 19e eeuw werd deze molen verplaatst naar de plek waar nu de Oude Liesselseweg en Amstel elkaar kruisen. Hier brandde de standerdmolen, op dat moment Rachels' molen genaamd, tot de grond toe af in 1944.

In 1816 werd op de hoek van de Molenstraat en de tegenwoordige Harmoniestraat (toen een onderdeel van de oude Hogeweg), een standerdmolen gebouwd. De bouw vond plaats op last van Theodorus baron de Smeth (1779-1859), de toenmalige heer van Deurne. De windmolen diende ter vervanging of aanvulling van de watermolen aan het Haageind, ook eigendom van De Smeth. De windmolen aan de Molenstraat werd een eeuw lang draaiend gehouden door de familie Truijen, tevens de herbergiers van De Zwaan. In 1831 bedroeg de pacht van de molen 350 gulden per jaar. Pachter was toen Antonij Truijen (1792-1869). De molen werd in 1926 afgebroken. Nog tot na de oorlog bleef de lichte verhoging, waarop de molen stond, zichtbaar op het terrein. Nadien werd op deze plek café Bekkers gebouwd. Na heel lang braak te hebben gelegen, werd op dit terrein eind jaren '90 het appartementencomplex Molenberg gebouwd.

Op 24 februari 1876 werd door de molenaars P.J. Truijen en P. Rakels een aanvraag ingediend voor de bouw van een nieuwe molen. Truijen had al de molen in de kom van het dorp en P. Rakels had er een bij de Liesselse overweg. De nieuwe molen zou gebouwd moeten worden aan de Zeilbergsestraat, ter hoogte van de tegenwoordige splitsing met de Waal. De houten achtkantige beltmolen, één van het type zoals we die elders in de Zeilberg nog vinden, werd eind 1876 opgeleverd. De molen was gekocht in Waddinxveen. Daar deed de molen eerder dienst als watermolen voor een polder. Op 21 september 1892 brandde deze gezamenlijke molen tot de grond toe af. In 1896 werden de laatste restanten van de molen opgeruimd.

P.J. Truijen ging na deze brand alleen verder met de plannen voor een nieuwe molen. Die werd in 1893 gebouwd aan de Zeilbergsestraat bij de kruising met de Kulertseweg. Ook deze achtkante beltmolen kwam uit Zuid-Holland en ging dienen als koren- en oliemolen. Van 1987 tot 2004 was de molen eigendom van W.M. Crommentuijn; eind 2004 werd de molen gekocht door de Zeilbergse harmonie Excelsior.

In 1890 is er aan de huidige Veldstraat door Louis Holten een ronde stenen beltmolen gebouwd. Deze molen had drie functies: graan malen, olie slaan en hout zagen. Na een brand in 1971 heeft de molen er decennia lang desolaat bijgelegen, maar sinds eind jaren '90 draait de molen weer als vanouds.

Liessel - Aan de noordzijde van Liessel, ter hoogte van het sportpark, stond van 1844 tot 1945 de grote molen van Liessel. Na de opvijzeling in 1893 torende het gebouw als twee molenrompen op elkaar hoog boven het dorp uit. Door de opgelopen oorlogsschade werd de molen kort na 1945 afgebroken. Hier ligt de straat Oude Molen.

De nog bestaande molen in Liessel, eveneens een stenen beltmolen, werd in 1903 gebouwd door P. Gitzels. De naam van deze molen is de Volksvriend, en is één van de weinige gebouwen in Liessel die vrij ongeschonden door de Tweede Wereldoorlog is gekomen.

Vlierden - De oude standerdmolen van Vlierden werd vermoedelijk zo rond 1550 aan de Molenhuisweg gebouwd; het gebouw was mogelijk afkomstig van de Kouwenhoek in Deurne. De molen bleef aan de Molenhuisweg werd rond 1840 gesloopt. Het molenhuis bleef staan en is nu een rijksmonument.

In 1844 werd op de hoek van de Molenhuisweg en Dwergweg door Joh. van Hombergh een nieuwe stenen beltmolen gebouwd, met de eigenaardige flessenhalsvorm. Sinds 1968 is de molen gemeentelijk eigendom, bovendien is het een rijksmonument. De molen werd lange tijd draaiend gehouden door Joep Coppens, voormalig voorzitter van Heemkundekring H.N. Ouwerling en tevens kunstenaar. De molen heet Johanna Elisabeth en draagt de doopnamen van zijn vrouw Els.

Over een klein weidemolentje dat op 't Ven, ten westen van de kern van het dorp, gelegen was is vrij weinig bekend.

Neerkant - In Neerkant stond tussen 1900 en 1936 de houten Gelderse molen Oom Paul. Lange tijd diende de molen als opslag voor de Boerenbond. Leo Franssen sloopte de molen in 1936.

Helenaveen - In Helenaveen hebben voor zover bekend geen molens gestaan.

Voor meer informatie over molens zie DeurneWiki...>  en het boek 'Molens in de gemeente Deurne'  geschreven door Willy Crommentuijn en in 2004 eigen beheer uitgegeven.